De institutionele benadering van het zoeken naar financiële consistentie heeft institutionele beleggers steeds verder gedreven in de richting van een vermeende ‘norm’, namelijk waarbij activa geselecteerd worden op hun vermogen om te presteren in lijn met de verwachtingen in plaats van voor een enorme winst. Het resultaat is een toenemende drive naar een algemenere kerninvestering
die onderworpen is aan minder schoommelingen en dus een lager risico. Institutionele beleggers hebben recentelijk de voorkeur ontwikkeld voor zeer veilig onroerend goed, zoals verhuurde kantoren, supermarkten en magazijnen, die verhuurd zijn op basis van lange huurcontracten. Verrassend genoeg hoeven instellingen slechts kleine investeringen te doen in woningen – ze zien liever af van een potentiële enorme winst en blijven in hun traditionele comfort zone.
Een goed voorbeeld van een vermogensbeheerder in de randstad is Vermogensbeheer Amsterdam, de site van Melles&Partners. Particuliere beleggers zijn veel meer bereid om hun eigen oordeel of het oordeel van hun adviseurs te steunen en “een mening te vormen”. Slechts enkelen zijn geïnteresseerd om te presteren in de lijn met de markt. Het uitgangspunt voor de meeste particuliere beleggers is om het inzicht te krijgen of zij geld kunnen verliezen. Zodra het neerwaartse risico wordt begrepen, zullen de meeste particuliere beleggers een standpunt innemen over de potentiële positieve kant en beslissen of ze zich comfortabel voelen met het risico en de mogelijke beloning.
Particuliere investeerders zouden over het algemeen liever een woning kopen waar enige potentie van toegevoegde waarde is, dan alleen vertrouwen op de prestaties van de markt.
Een te grote afhankelijkheid van modellen kan leiden tot het ingaan tegen intuïtieve resultaten
Voor instellingen maakt het toevoegen van onroerend goed aan de portefeuille deel uit van een algemene vermogensbeheer strategie. Soms is het gunstig om blootstelling te vergroten en soms om blootstelling te verminderen. Daarom wordt de tijd om onroerend goed te kopen en verkopen beïnvloed zowel door de waarschijnlijke toekomstige prestaties van de markt als dehuidige prestaties van de markt. Omdat onroerend goed een niet-liquide activa is, kost het tijd om wegingen aan te passen, en dit kan betekenen dat instellingen de beste tijden om te kopen en te verkopen missen.
Particuliere beleggers hebben de neiging om specifiek onroerend goed te zien als een lange termijns investering of een korte termijn deal. Ze zijn vaak geneigd om te verkopen als ze er daarmee winst op zullen maken of er al winst mee hebben gemaakt. Als ze een activa bezitten dat geen deel uitmaakt van een langere termijn strategie – zoals ervoor zorgen dat bepaald onroerend goed geërfd zal worden- zullen zij bereid zijn om het te verkopen voor een prijs die ze aantrekkelijk vinden. Als ze die prijs er niet voor zullen krijgen, zullen ze ervoor kiezen om het te behouden.
Velen zijn het eens met Warren Buffet’s mening dat je geen activa moet kopen, tenzij je er gelukkig mee zou zijn om het tenminste tien jaar in je bezit te houden.











